donderdag 23 mei 2013

De opbrengst, dat ben ik.

In mijn jaren dat ik als leerkracht werkte op een Freinetschool heb ik regelmatig het verwijt naar mijn hoofd gekregen dat ik niet 'opbrengstgericht' genoeg bezig was. In de kwaliteitskringen was ik namelijk kritisch over de invoering van de Cito-toetsen in de kleutergroepen en de invoering van Pravoo, een leerlingvolgsysteem voor kleuters. Mijn kritiek op de bureacratisering van het (kleuter-) onderwijs had vooral te maken met het 'nut' ervan. In mijn ogen voegden de instrumenten maar bar weinig toe, zeker in verhouding tot de tijdsinvestering die ze kostten. Dat je ook zonder het gebruik van toetsen een heel goed beeld van kinderen kunt krijgen, heeft te maken met je eigen observatiecapaciteiten, de omvang van de groep, dat je de kinderen en hun gezinnen al vanaf groep 0 kent, de tientallen gesprekken die je met ouders voert i.p.v. 2x een tien-minutengesprek per jaar, kortom: met de unieke situatie van een kleine dorpsschool. Van een PO-raadmevrouw kreeg mijn team vorig jaar mei nog te horen dat het werkelijk heel bijzonder was hoe goed ons beeld van de kinderen was. En dat kwam niet door het gebruik van Cito, durf ik hier wel te stellen.

Wat ik hier ook durf te stellen, en na dit blog ga ik me nooit meer verdedigen, is dat ik altijd juist heel veel met opbrengsten bezig ben geweest. Met de titel van dit blog verwijs ik naar een project dat het Netwerk SOVO in 2009 afrondde over opbrengstgericht werken binnen vernieuwingsscholen. Bij de slotconferentie 'Anders evalueren' was ik aanwezig en maakte ik kennis met de Open Bron Monitor, een leerlingvolgsysteem voor scholen die verder kijken dan Cito. Invoering van dit systeem voor mijn school was echter ondenkbaar. Zoiets werd bovenschools geregeld en men ging natuurlijk niet in op de individuele behoefte van een klein dorpsschooltje. In mijn zoektocht naar een voor mezelf en de kinderen in mijn klas inzichtelijk en uitdagend systeem om opbrengstgericht te werken belandde ik in BelgiĆ«. Daar maakte ik kennis met de wijze waarop Freinetscholen van oudsher vorderingen in kaart brengen en kinderen stimuleren; het brevettensysteem. Kinderen kunnen diploma's halen en praten zelf mee over de inhoud en de eisen. Diploma's voor tellen, voor het verzorgen van de kippen, voor het schrijven van moeilijke woorden, voor breien (!), je kunt het zo gek niet bedenken. Niet COTAN gecertificeerd, maar behoorlijk opbrengstgericht! En erg leuk om kinderen zo bewust te maken van hun eigen groei en ontwikkeling. Helaas... voor mij en de kinderen bleek deze manier van werken onmogelijk. Dat had te maken met het feit dat ik in die jaren nieuwe collega's kreeg (onbekend met Freinet), directietaken op mijn bordje kreeg en in de bovenbouw ging werken. Mijn diplomasysteem (nog in ontwikkeling) bleek niet overdraagbaar; voor mij was het het resultaat van jaren zelfstudie, scholenbezoek en contacten binnen de Freinetbeweging. Voor mijn toenmalige collega's was het een totaal nieuw en vreemd iets. In het nieuwe rapport dat we in die jaren ontwikkelden kwam er nog wel iets van terug; we vroegen kinderen om zelf aan te geven waar ze trots op waren en wat ze nog wilden leren. 

De opbrengst, dat ben ik. Een prachtige titel. Want het dekt de lading. Ik ben een verzamelbak van niet alleen kennis, maar ook van vaardigheden, gedachten en gevoelens. Als we alles in kaart zouden brengen, krijgen we inzicht in wie we zijn, wat we kunnen en wellicht ook waar we gelukkig van worden. Of we voor alle onderdelen toetsen nodig hebben en vergeleken dienen te worden met 'het landelijk gemiddelde', vind ik nog steeds een heel legitieme vraag. Die ik graag wil blijven stellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen