vrijdag 12 oktober 2012

Er was eens... (2)

Er was eens een juf. Dat was een mens, gewoon net als jij en ik. Met gevoel enzo. Soms was ze boos, bijvoorbeeld en vooral op zichzelf, en soms was ze vrolijk, omdat het bijvoorbeeld een Topdag was. Het was best vaak een topdag. Dan had ze in het dagboek op school geschreven dat het 'een leuke dag' was geweest. Want er was veel gedaan, gespeeld, geleerd. De kinderen hadden het goed gehad met zichzelf en met elkaar. Zij dicteerden haar: 'het was een leuke dag'.

Maar nu was het voor het zoveelste jaar op rij onduidelijk wie er na de zomer haar collega's zouden zijn. Dat maakte haar boos. Boos op de wereld en boos op zichzelf. Was het zo simpel als de bedrijfsarts zei: 'stap er maar uit'? Nee, natuurlijk niet. Ze was verknocht aan het schooltje, zag de potentie ervan, het USP (Unique Selling Point). Klein, maar fijn. Mits.... de voorwaarden in orde waren. En daar wrong de schoen. Collega's behoorden immers tot de voorwaarden. En collega's zijn ook mensen. Met gevoel enzo. Het is heel modern, professioneel en flexibel om mobiel te zijn en op iedere school te kunnen werken, maar de meeste mensen willen en kunnen dat helemaal niet. De juf wist dat, want dat had ze gezien. Al die overplaatsingen. Het kon mensen onzeker of onverschillig maken, had ze gezien. Of boos. En ook als het goed ging, kostte het tijd. Tijd om te wennen, tijd om te hechten. Zij was gehecht, misschien wel ietsje té. Zij had de kinderen en haar collega's in haar hart gesloten en was ervan overtuigd geweest dat dat goed was. Zeker na het verhaal van meester Kanamori. En nu moest zij eruit? Omdat er niet aan de voorwaarden voldaan kon worden? Omdat zij haar zorgen daarover had uitgesproken? Omdat haar aanwezigheid schadelijk zou zijn voor de instelling?

De boosheid had ook een plekje in haar hart veroverd en zat daar koppig in een hoekje. Af en toe deelde de boosheid steken onder water uit en trapte de juf op haar ziel. Dan verkrampte haar rug en knalden de tranen uit haar hoofd. Dan keek ze naar het kunstwerk aan de muur met daarop de tekst: 'spreken is zilver, schrijven is goud'. Een cadeautje van een bevriende Freinetwerker. Om de boosheid in haar hart een lesje te leren besloot de juf te schrijven. Te schrijven, tot alles beschreven zou zijn en daarmee alles gezegd.

zaterdag 6 oktober 2012

Er was eens... (1)

Er was eens een schooltje, in het lief landelijk groen. De paarden van de buren hingen met hun hoofd over het hek rond het schoolplein. Spechten roffelden in de populieren en de uilskuikens keken nieuwsgierig vanuit de boom naar de spelende kinderen onder zich. Die knikkerden, voetbalden of werkten in hun moestuintje. Onder het afdakje bij de fietsen stonden de leerkrachten.

De meesters en juffen van het schooltje maakten zich zorgen. Eigenlijk al sinds ze op het schooltje waren komen werken. De één nog maar sinds kort, de ander al wat langer. Het schooltje had een lange geschiedenis van gerommel en gedoe. Gedoe met directeuren en gerommel met personeel. Er was veel verloop geweest, gedwongen overplaatsingen, ontslag én er was de laatste jaren steeds minder formatie beschikbaar gesteld waardoor het werk gedaan moest worden door steeds minder mensen. Dit werd 'flexibele schoolorganisatie' genoemd. En dat was niet alles; er was ook nog De Visie.

Het schooltje wilde graag de kinderen zien, écht zien. Niet zoals de retoriek van het tekstbureau dat de schoolgidsteksten schreef met kreten als 'het kind centraal'. Maar de kinderen zien, inclusief de niet in Citoscores vast te leggen angsten, verlangens, wensen en mogelijkheden van de kinderen. De kinderen die 's morgens met het thuis nog onder hun arm de school binnen stapten. Het schooltje wilde met deze kinderen werken, met hun ouders, met hun wereld. Maar zo eenvoudig was het niet. Er moesten prioriteiten gesteld worden. Want dat werken met kinderen en hun verhalen was wel leuk en leverde wel mooie leermomenten op, maar eerst moesten de achterstanden weggewerkt worden. De opbrengsten omhoog. Hogere doelen, ambitie weet je wel. Een gemotiveerd team was er nodig. Een impliciete boodschap dat de huidige juffen en meesters niet de juiste instelling hadden. Langzaam werd duidelijk dat op één juf na al het personeel gewieberd zou worden. De juf zag het niet meer zitten, want ze had dit eerder meegemaakt. Ze werd op professionele wijze begrepen, maar kreeg geen antwoord op haar vraag 'hoe nu verder?'

Het was stil onder het afdak bij de fietsen. Alles was al tienduizend keer gezegd, de leerkrachten waren uitgepraat. Wat moesten ze nog zeggen? Ze keken naar de kinderen. Ze kenden ze zo goed, alle eigenaardigheden. De nukken, de grillen. De verrassende verzinsels, de verdrietjes. Spontane schoolpleinfeestjes. 'Juf wil je taart?'. Maar daar had juf geen tijd meer voor; de pauze was eigenlijk al lang voorbij... nog langer buiten blijven zou ten koste gaan van de efficiënte leertijd.