maandag 31 december 2012

Er was eens... (3)

Er was eens een verhaal. Over een mooie prinses. Die altijd op hoge hakken door het bos liep. Ze draaide af en toe een rondje zodat haar jurkje wapperde in de wind en haar sjaaltje sexy zwierde. Haar armbanden rinkelden bij iedere stap die ze zette. Ze wilde graag dat alle dieren precies deden wat zij bedacht en ze vond dat ze allemaal goed naar haar moesten luisteren. Dat zei ze heel vaak, met een harde hoge stem: 'ik wil dat jullie luisteren.' Eigenlijk zei ze dat vooral tegen zichzelf.

Met de dieren hield ze 'babbeltjes' en ze noemde hen 'mijn schatten'. De dieren vonden dat de prinses nogal kapsones had en ze gingen meestal gewoon door met wat ze aan het doen waren. Dat vond de prinses niet leuk en ze deed haar beklag bij haar vader. Dat was een vervelende koning die alles en iedereen wantrouwde. Hij adviseerde zijn dochter de dieren 'flink aan te pakken', en liet weten dat ieder dier dat niet enthousiast reageerde op een voorstel van de prinses, onmiddellijk uit het bos verwijderd moest worden. Daar dacht de prinses even over na. En ze bedacht een plannetje.

Want eigenlijk had ze een hekel aan dat stomme bos. Veel liever wilde ze op die plek een hippe discotheek en winkels, waar prinsen met cabrio's op af kwamen en waar ze mooie schoenen zou kunnen kopen. Als ze nou eens voor elkaar kon krijgen dat alle dieren helemaal gek van haar zouden worden en dan gewoon vanzelf zouden vertrekken.... dan kon haar papa het bos sluiten.

Zo gezegd, zo gedaan. De prinses bedacht allerlei opdrachten voor de dieren. In de ochtend moest iedereen eerst een rondje om het bos rennen. Dat was voor de slakken werkelijk verschrikkelijk. Daarna volgde een wedstrijd boom klimmen. Voor de vogels een makkie, maar de konijnen bakten er niets van. Tot slot moesten alle dieren de waterplas overzwemmen. Ook hier waren veel uitvallers. De prinses bedacht voor alle dieren die slecht scoorden een oefenprogramma. Dus moesten de slakken iedere middag nóg een rondje om het bos rennen, en de konijnen konden opnieuw de boom in. De dieren waren al na een paar dagen wanhopig. Ze deden voor hun gevoel niets goed, terwijl de prinses tevreden rondklikklakte op haar hoge hakken. De dieren besloten samen een brief aan de prinses te schrijven waarin ze uitlegden dat ze zich niet gewaardeerd voelden voor wat ze wél konden. Uiteraard had de prinses daar geen enkele boodschap aan.

Het ging precies zoals de prinses had verwacht. De dieren werden ziek, zwak en misselijk én raakten totaal gefrustreerd. De sfeer in het bos verslechterde met de dag en de dieren besloten dat het genoeg geweest was. Ze gingen naar de baas van het bos, maar die zei dat hij slechts baas 'op afstand' was. Dat klopte ook wel, want de baas zat heel belangrijk te wezen in een hazelbosje, een eindje verderop, maar wilde eigenlijk niets te maken hebben met de dieren uit het bos. Die vond ie maar 'klagende zeurpieten'. Hij gruwde van 'betrokkenheid' of 'gevoel'. En ach, een bos meer of minder, daar lag hij niet wakker van. Aan hem hadden de dieren helemaal niets. De eekhoorn was inmiddels na de zoveelste zwempoging bijna verdronken en schreef wanhopig een brief dat ie het allemaal niet meer zag zitten. Hij liet de brief door de wind bij de anderen bezorgen. De dieren lazen de woorden van de eekhoorn en veel dieren voelden dezelfde rade- en machteloosheid. Ze begonnen allemaal te schrijven en korte tijd later was de lucht boven het bos gevuld met brieven die drupten van verdriet. De wind had het er maar druk mee.

De dieren vroegen de prinses om uitleg. Waarom moesten ze van die rare opdrachten doen? En waarom begreep de prinses niet dat als zij wilde dat de dieren naar haar luisterden, zij misschien zelf ook eens zou moeten proberen te luisteren naar wat zij te vertellen hadden? De prinses rechtte haar rug en introduceerde een 'plan van aanpak'. Daar zaten de dieren helemaal niet op te wachten. De vergadering eindigde chaotisch: de hazen liepen weg, het konijn had buikpijn van ellende en de uil zuchtte diep. Hij dacht even na en vloog toen naar de koning. Die hoorde de uil aan en riep zijn dochter bij zich. De prinses knipperde met haar ogen en zette haar meest onschuldige gezichtje op. Ze vertelde dat de dieren niet gemotiveerd waren en niet genoeg inzet toonden. Daarbij; de hazen waren weggelopen. Dat was hún besluit geweest. Daar kon zij toch zeker niets aan doen.

Toen vertelde de koning dat ook hij zich niet verantwoordelijk voelde voor de individuele keuzes van de dieren om te blijven of om weg te lopen, maar.... hij moest nu toch wel de Raad van Wijzen inlichten in het grote bos. Daar had de prinses even niet aan gedacht. Deze raad van slimme dieren was niet met vervelende opdrachten te beïnvloeden. Ze begon de knoopjes van haar jurk te tellen en besloot rustig af te wachten. De raad van slimme dieren kon niet geloven dat er zoveel gedoe was in het mooie bos. En dat er zelfs al dieren weggelopen waren. Ze wilden een onderzoek en dat kwam er.

Op een mooie winterdag kwam er een statige lepelaar met een kladblok onder zijn arm naar het bos. Hij wilde alle brieven lezen die geschreven waren en luisterde aandachtig naar iedereen. Toen schudde hij met zijn kop en zei plechtig: 'Beste dieren, jullie voelden je machteloos. Laat ik jullie iets vertellen over macht. Macht heeft vele verschijningsvormen. Soms draagt ze hoge hakken, soms verschuilt ze zich in een hazelbosje, soms draagt ze een kroon, soms schrijft ze brieven en soms kiest ze het hazenpad (er klonk ongemakkelijk gekuch). Wie macht heeft draagt verantwoordelijkheid (er werd gemompeld en met vingers gewezen). Het zou de macht sieren als ze de moed zou tonen toe te geven dat ze fouten heeft gemaakt want er is veel misgegaan (het was nu doodstil, iedereen hield de adem in). Het bos is verloren en er zijn alleen verliezers. Er komt geen discotheek, geen winkel (de prinses begon te snikken). Er zijn dieren voorgoed vertrokken en er is ruzie ontstaan. En waarom? Jullie weten het wel. Ik zou willen zeggen: probeer voortaan eerst te begrijpen, dan begrepen te worden. Dat is mijn raad en advies voor de toekomst, voor jullie allemaal. Goedemiddag.'

woensdag 26 december 2012

Serious Issue

Op eerste kerstdag ging ik met een vriendin een hele dag in bad liggen. We hadden het allebei verdiend. Zij omdat ze na een stom ongelukje al maanden met een pijnlijk been sukkelt, waaraan ze steeds geopereerd moet worden en ik omdat ach... nou ja. Gewoon. We hebben in het verleden vaker samen kerst gevierd en dat kunnen we erg goed. We hebben een hekel aan kersttradities en bij gebrek aan eigen partners hebben we ook een aversie ontwikkeld tegen kleffe kerst-stellen. Sinds gisteren hebben we er weer een categorie bij: vriendinnen-stellen. En dan niet van die leuke, zoals wij zelf, maar waarvan er minstens één ongelofelijk zit te zeuren. Want in het terminaal bad (een woordgrapje waar we zelf erg hard om moeten lachen), dreven twee jongedames rond waarvan de één op luide toon beklag deed over de man waarvoor zij toch écht wel het prinsesje was. Je moet er een intonatie bij bedenken die aan het eind van elke zin sterk naar beneden afbuigt en een beetje Gronings klinkt, maar niet heel erg. Mijn vriendin ergerde zich groen en geel; ik lag in een deuk en baalde dat ik mijn opnameapparaatje niet bij me had.

Het ging ongeveer zo: 'Weet je wat het is? Hij heeft gewoon een héél serious issue met zichzelf.'
Ik dacht na over haar woordkeus; had het iets te maken met de Serious Request actie van 3FM? Dat je dan ineens andere zaken in het leven ook 'serious' noemt? Ze sprak het ook nog eens met heel veel nadruk uit.

Ze ging verder: 'Ja, aan de ene kant vind ik het ook wel jammer, maar aan de andere kant is het zó'n sukkel.' Vervolgens prees ze hem de hemel in: 'Hij doet álles voor me, wat ik ook van hem vraag. Ik ben écht zijn prinsesje.' Maar ze geloofde duidelijk niet aan zijn oprechtheid: 'Ik zweer het je, het is géén zuivere koffie!' Helaas was haar vriendin niet zo goed te verstaan, als ze al wat zei. Maar kennelijk werd de man van overspel verdacht, want toen haar vriendin doorvroeg: 'Ik weet het gewoon niet hoor, nee, ik heb geen sporen van andere vrouwen kunnen vinden, ja, ik heb overal gezocht, maar ja, hij is ook zóóó netjes.'  En dan: 'Ik had het kunnen weten, ik trek dit soort mannen aan. Het is altijd hetzelfde; ik heb altijd dubieuze types.' Ze gaf hem nog één kans. Het werd niet helemaal duidelijk wat hij zou moeten doen om haar liefde voorgoed voor zich te winnen, maar áls de man in kwestie dit stukje leest: ik zou hem adviseren er niet aan te beginnen! Ga vooral door met je overspel en laat deze griet barsten! Ze verdient jou niet, écht niet.

Mijn vriendin en ik waren inmiddels ruim over de medisch verantwoorde dobbertijd heen en vertrokken. De hele dag hebben we mensen om ons heen gehad: dikke en dunne, mooie en lelijke, jonge en oude, maar deze twee zullen we ons altijd herinneren. Het was kerst en in het bronnenbad werden plannen gesmeed om een relatie te beëindigen. Wij daarentegen moeten bekennen dat we met een kersttraditie willen beginnen. Het heeft iets met algen, massage, zout water, sauna, bitterballen, patat en een gehaktbal te maken. Serious Kerst!

vrijdag 14 december 2012

Religiestress

Als er teveel mannen rond de tafel bij P & W zitten, wil ik liever niet kijken, maar kort geleden bleef ik hangen omdat mijn held Adriaan van Dis er zat. Frits en Katja zaten er ook. En Gert-Jan Segers. Hij wilde praten over 'religiestress'. Of dat met of zonder streepje moet weet ik niet. En ik zoek het ook niet op.

Toen de tafelheren en -dame bezig gingen met wat flauwe quizvragen moest ik terugdenken aan een vakantie in Vaals. Daar bij de supermarkt had ik mijn eerste Boerka-experience. En voelde ik me best opgelaten; ja, zelfs gestrest! Met hoofddoeken heb ik geen enkel probleem, maar zo'n tent... ik keek daar in Vaals mijn ogen uit en probeerde woorden te vinden voor wat ik ervan vond. Maar ik voelde slechts... ongemak. Het begrijpen en me er een mening over vormen lukte niet.

Een tijdje geleden deed een klasgenootje van mijn dochter een interessant experiment. Ze wilde onderzoeken of ze moslim kon worden. Ze verdiepte zich in de godsdienst en merkte dat met name de bewuste levenshouding en bijbehorende rituelen en gedragsregels haar erg aansprak. Het dragen van een hoofddoek was voor haar geen belemmering. Het enige nadeel was dat er wel een God aanbeden moest worden en dat vond ze jammer. Ik moest aan mezelf denken tijdens haar presentatie. Bewust leven; ja graag, maar liever zonder een God.

Van Limburg naar Groningen, het platteland. In veel dorpen sluiten de scholen. Een heel enkele school door wanbestuur, maar de meeste scholen krimpen gewoon alsof ze te heet gewassen worden. Dat gaat heel rap momenteel. In veel dorpen ontstaan er 'samenwerkingsscholen'. Dat is christelijk én openbaar onderwijs onder één dak. Soms nog gescheiden door muren en met aparte ingangen, maar soms echt gefuseerd met personeel dat vanuit de ene werkgever wordt gedetacheerd bij de andere. In de krant (Dagblad van het Noorden) stond vorige week dat er in zo'n proces heel wat vooroordelen over en weer beslecht moeten worden, voordat er lekker samengewerkt kan worden. Omdat er dus aan beide kanten sprake is van... Religiestress!

Al tijden ben ik tamelijk overtuigd van mening dat we het onderwijs seculier moeten maken, net als in Frankrijk. Want werkelijk, mijn broek zakt af als ik hoor dat er in de docentenkamer van de openbaren doodleuk wordt geweigerd om met de gelovigen samen een kopje koffie te drinken in de nieuwe brede school. Dan denk ik: mijn God! Doe mij alsjeblieft gauw een hoofddoek. Nee, een boerka! Wees gegroet Maria. Heb genade...

zondag 9 december 2012

Frituur

Er zijn van die momenten dat ik het liefst van de aardbodem zou willen verdwijnen.
Bijvoorbeeld als ik in zo'n online rekenmodule terechtkom om mijn WW te berekenen. Natuurlijk zijn er mogelijkheden om een toelage aan te vragen, geeft de site hoopvol aan, bij de gemeente en belastingdienst. Maar als ik een inschatting maak wat ik daarvoor allemaal moet doen, kom ik niet meer aan werk zoeken toe, vrees ik. Wat natuurlijk wel mijn Plicht is, als steuntrekker. De site waar ik dat kan doen, iets met werk.nl, is gelukkig niet bereikbaar door onderhoudswerkzaamheden. Heb ik even geluk.

Een ander moment waarop ik het liefst niet zou willen bestaan, is als mijn kind met een groot cadeau binnenkomt. Na een weekend bij zijn vader. Een groot achterdochtig wantrouwen vult me. Wat is dit? Waarom? Het schijnheilige 'een cadeau voor een lieve moeder' verontrust me alleen maar meer. Het Sinterklaaspapier vertrouw ik ook al niet. Zijn vader heeft me dit weekend per sms laten weten niet bij te willen dragen in de kosten voor een treinabonnement, terwijl een zomervakantie naar Argentinië toch wat reiskosten betreft, een stuk onvoordeliger is. En in zo'n grote doos zit natuurlijk geen treinabonnement. Ik pijnig mijn hersens; wat kan dit zijn?

Mijn dochter kijkt me hoopvol en blij aan. Ze is duidelijk op de hoogte, al gaat ze al tijden niet meer mee op weekendbezoek. Door al dat ge-app hoeft ze fysiek niet meer aanwezig te zijn om de familiaire banden te onderhouden. Kennelijk. Daar heb ik zuchtend mee ingestemd, al kost het me mijn vrije weekenden. Ik krijg er wel een hoop voor terug; bijvoorbeeld de zorgen rondom al dat uitgaan van d'r. Gisteravond nog, met die ijzel. Het was de laatste keer dat de nachtbus reed en ze wilde per se naar de stad. Liep ik dus 's nachts nog zout te strooien om ervoor te zorgen dat ze niet van d'r fiets zou vallen. Ik dwaal af.

'Pak nou maar uit,' word ik aangemoedigd. Ik huiver en voel aan alles dat het geen zuivere koffie is. Een weeïge geur stijgt op uit de doos. Die ken ik. Ook het cadeau blijk ik te kennen. Ik heb het zelf gekocht. Heel lang geleden. Op advies van mijn ex-schoonmoeder, die, en dat is, ik weet het, té bizar voor woorden, precies vandaag heeft besloten niet meer te willen leven. Sterker nog, mijn ex werd met die mededeling gebeld door mijn ex-schoonzus, op het moment dat ik die vrolijke doos in mijn handen gedrukt kreeg. Maar goed. Een frituurpan dus. Mijn eigen pan. Die ik na mijn vertrek zo'n 10 jaar geleden niet mee nam. Om redenen die te maken hebben met de geur, het schoonmaken, de walm in huis, het over het algemeen ranzige en ondefinieerbare spul dat je in zo'n ding flikkert. Kortom: ik hou er niet zo van, van zo'n pan. Als ik nog een Sinterklaasgedicht zou moeten schrijven zou ik dat erin zetten. Voor mij valt zo'n pan in dezelfde categorie als een wasdroger. Het wordt je aangesmeerd door je schoonmoeder, maar het is beslist géén eerste levensbehoefte en het bevalt me prima zonder.

Mijn kinderen wilden gelijk naar bed, diep gekwetst natuurlijk door mijn ondankbaar, kinderachtig en hopeloos misplaatst gemopper én uit teleurstelling, want zij zien natuurlijk alleen maar voordelen van zo'n pan. Het had mijn zoon twee dagen gekost om de pan zó schoon te krijgen, de arme ziel, en hij zal wel gedacht hebben; da's eenmalig, alle komende keren doet mijn moeder wel. Nou, dus niet.

Toen ik nog voorzichtig vroeg 'waarom dan?' kreeg ik een antwoord dat ik al zo vaak gehoord heb: 'Ja, papa heeft een nieuwe gekocht'. En wat lief toch, elke keer weer, dat ik dan zijn ouwe meuk mag. Echt héél erg bedankt!



zondag 2 december 2012

Buiten de lijntjes

Jaren geleden was er een prachtige overzichtstentoonstelling van Jan Steen (1938), in museum de Buitenplaats in Eelde. Ik ging ernaar toe met mijn kleuters. We bekeken de fantastische beelden van mensen op lange stelten, met vleugels en wielen en waren vol verwondering. Eén van de kinderen stond voor een tekening en wees: 'deze is niet zo mooi'. Op mijn vraag waarom niet antwoordde hij: 'kijk dan, hij heeft helemaal niet binnen de lijntjes gekleurd'. Het klopte.

De opmerking raakte me diep. Wat is er mis gegaan als een kind van amper 4 jaar oud overtuigd is van het feit dat tekeningen alleen maar 'mooi' zijn wanneer er netjes binnen de lijntjes gekleurd is?

Hieraan moest ik denken toen ik van de week luisterde naar Claire Boonstra. Zij vertelde in een radio-uitzending van Casa Luna over een Cito-toetsvraag: welke kleur hoort bij het woord 'iglo'. Rood of blauw?  De gedachtegang die je moet volgen is: iglo - sneeuw - koud - blauw. De redenatie: iglo - buiten koud - binnen warm - rood is niet juist, volgens Cito. Blauw is goed, rood is fout.

In mijn klas zat ooit een super creatief jongetje. Hij associeerde dat het een lieve lust was. Verzon de meest fantastische verhalen waarbij zijn klasgenoten halverwege afhaakten omdat de rode draad zo lang en kronkelig was. Met Cito-toetsen ging hij steevast de boot in. 'Ja maar', zei hij dan. De lieverd. Hij had altijd gelijk, deze unieke buiten-de-lijn-denker.

Naar aanleiding van het bezoek aan de tentoonstelling maakten we op school beelden van hout, metaal, was en papier-maché. We stuurden foto's van onze kunstwerken naar Jan Steen. En kregen post terug, wat waren we trots! We kleurden nog lang (nou ja, een paar jaar) en gelukkig buiten de lijntjes.




woensdag 28 november 2012

Ja maar

'Hij begon'.
'Ik deed niets'.

Natuurlijk ligt de oorzaak van conflicten niet eenzijdig bij de ene partij. En omdat we het aandeel van de andere partij niet kunnen veranderen is het verstandig om je te richten op je eigen deel. Wat deed ik, wat was mijn verantwoordelijkheid? Zelfhulpboeken staan vol met tips over hoe je 'ja maar' kunt veranderen in 'ja en'. Want wat heb je eraan te blijven hangen in een verleden van wrok, teleurstelling en pathetisch zelfmedelijden? Beter kun je je richten op dat wat je wil, in de toekomst. Hup, ga eens in je kracht staan! 'Als, dan...', daar bereik je niets mee. Neem zelf de regie en laat je niet leiden door je omgeving.

En dat is precies mijn probleem. Want met het schakelen van 'ja maar' naar 'ja en' accepteer ik de situatie zoals die is; 'nou ja... het is gebeurd, we doen het er maar mee'. En dat vind ik vooralsnog onaanvaardbaar en onverteerbaar.

Liever fantaseer ik over gewelddadige wraakscenario's of rechtszaken waarbij levenslange gevangenisstraffen worden uitgesproken. Als ik in de hel zou geloven zou ik het wel weten. Maar goed. Totaal niet zinvol natuurlijk. Waar gaat het om?

Gehoord worden, gelijk halen, genoegdoening? Eerherstel? Schuld en boete? Alles, maar bovenal, ik wil géén leugens meer. En dat is gewoonweg onmogelijk. Vol verbazing constateer ik dat ik akkoord moet gaan met bepaalde onwaarheden om voor bepaalde regelgeving in aanmerking te komen. Om mijn eigen positie niet helemaal onmogelijk te maken, voor toekomstige werkgevers die zich natuurlijk wel twee keer achter hun oren zullen krabben om zo'n lastpak binnen te halen, moet ik vooral niet teveel eisen. En datzelfde geldt voor de vraag al dan niet een rechtszaak te beginnen. Dat verkleint namelijk mijn kansen op de arbeidsmarkt (welke arbeidsmarkt?).

Natuurlijk besteed ik mijn tijd liever aan het ontwikkelen van muzieklessen en andere mooie projecten. Dat doe ik ook. Ik hoef in mijn werk niet langer procedures boven de inhoud te stellen. Maar dan belt de advocaat en dan dringt die wereld van tactisch en strategisch handelen toch weer mijn wereld binnen en hoor ik mezelf zeggen; 'Jaahaaaa, maar..'.

donderdag 22 november 2012

Dans

Toen ik vier jaar oud was ging ik 'op ballet'. Met een boel andere kleutermeisjes in een gymzaaltje, met zo'n roze pakje aan, mijn haren in twee vlechtjes; super schattig. Klassieke balletlessen volgden, met pianobegeleiding en examens van strenge mevrouwen van de Royal Academy of Dance uit Engeland. Later kwam er jazz en moderne dans bij en tijdens mijn studententijd Afrikaanse dans. Dat laatste was af en toe wel wat ongemakkelijk, want ons dans- en percussiegroepje was zo wit als wat. Nog weer later volgde ik salsalessen en nu ben ik waar ik zijn wil.

Bij meester Bertus. Ik bezocht mijn oud-collega in zijn klas. Nog een paar weken en dan gaat hij met pensioen. 'Ik ga een beetje dood', zei hij en ik kon het aan hem zien. De omgang met de kinderen zal hij missen en van elke minuut nu probeert hij te genieten. Maar het vooruitzicht van afscheid drukt zwaar. Er komt geen afscheidsfeest want 'dan moet ik toch maar huilen'. Meester Bertus en ik waren altijd op vrijdagmiddag bezig met klei, gips en verf. Hij in zijn klas, ik in de mijne en soms samen. Het was een toptijd. We hebben toen niet gedanst. Maar nu liet hij me een filmpje zien, met salsamuziek. Want dans, daar houdt meester Bertus heel erg van. Ook dat kon ik aan hem zien.

Afgelopen zaterdag was ik in Tilburg bij de presentatie van Dansspetters III, van Maria Speth. Zij heeft dansmateriaal ontwikkeld mét muziek waarmee je zo met kinderen aan de slag kunt. Nou ja zó... Ik heb ervaren tijdens de workshops die ik volgde dat ik, met al mijn danservaring, het contact met mijn lijf een beetje ben kwijtgeraakt. Dat was best confronterend. Ik denk dat het komt door al die hoofdbrekens en kopzorgen van de laatste tijd.

Mark Mieras was ook op het danssymposium en vertelde over wat dans met je doet. Hij is wetenschapsjournalist en heeft een passie voor hersenonderzoek. Met leuk ingekleurde scans maakte hij duidelijk dat op het moment dat je danst en luistert naar muziek er talloze nieuwe hersenverbindingen ontstaan die invloed hebben op een heleboel leerprocessen. Je hoort, luistert, herinnert, associeert, stelt voor, beweegt, kijkt, anticipeert, stelt bij, registreert, voelt, enzovoort. Dans is goed voor jong én oud. Uit onderzoek is gebleken dat je door te dansen de kans op bijvoorbeeld dementie verkleint. Op het moment dat je met kinderen danst op de manier zoals Maria het ons in haar workshop liet ervaren, komen daar ook nog zaken bij als: zelfbewustzijn, sociale vaardigheden, taalvorming en rekenvaardigheden. Als dans zó waardevol is voor de ontwikkeling, waarom wordt er dan niet veel meer aandacht aan besteed? In scholen, in docentopleidingen? Weer een gevalletje 'linkse hobby' zeker.

De winnaars van de Gelduitdaging 2012 in Amsterdam (weekvanhetgeld) dansten zich vorige week vrijdag tijdens de finale naar de overwinning, meester Bertus danst zich zijn pensioen in en ik heb me voorgenomen dansend mijn ontslag tegemoet te gaan.

woensdag 21 november 2012

Schier

Voor mij is Schiermonnikoog een soort Toevluchtsoord. In tijden van geestelijke nood is een uitstapje naar dit eiland een manier om fysiek afstand te nemen van alle drukte en stress. Die laat ik dan in Lauwersoog achter. Ik heb het geluk dat mijn broer al jaren voordelig een huisje kan huren via zijn werk en mijn ouders en ik maken daar dankbaar misbruik van. Meestal waai ik alleen in de weekenden langs, met of zonder de kinderen. De anderen zijn er dan al. Door de grote regelmaat zijn er allerlei routines ontstaan en het begint al met de koffie op de boot, de flauwe sms-berichten over en weer en het zwaaien naar het ontvangstcomité op de pier. Routines zijn fijn, je kunt op ze rekenen en als ze over datum zijn, kieper je ze overboord. Dat doe ik ook met principes. Heerlijk.

Schiermonnikoog betekent voor mij; lopen. Over de dijk, langs de duinen, het strand, de kwelders. Boven het vasteland een strook met bewolking, maar boven het eiland blauwe lucht. Waar een paar jaar geleden nog zee was, is er nu een soort binnenmeer ontstaan en zijn er hoge zandbanken en stuifduinen gevormd. En waar stuifduinen waren vóór de grote storm, zijn ze nu weer verdwenen. Het landschap verandert. Net als mijn leven. Met elke stap die ik zet laat ik het verleden verder achter me en is de toekomst met alle onzekerheden, weer ietsje dichterbij. Lopen is fijn. Tenzij je een zware rugzak draagt en een wiebelige wervelkolom hebt, dan loop je de dag erna niet meer zo lekker, maar dat terzijde.

Veranderingen dus. Die ik al lopend bespreek met mijn familieleden. Ook dat is fijn. Je spreekt je zorgen en twijfels uit en weg zijn ze. Neem mijn vorig verhaal, over de markt. Je zou gezien de ophef over de pogingen van de regering tot nivellering denken dat Nederland veranderd is in een Mega Egoïstisch Intolerant Land. Met Geslaagden, want immers altijd hard gewerkt, die de Mislukkelingen, dom, lui en werkloos, niets gunnen en enkel met hun dikke vinger nawijzen: 'eigen schuld, dikke bult'. Succes is immers maakbaar. De reacties op mijn blog: bemoedigende woorden, tassen met groenten en fruit aan de achterdeur, kranten in de brievenbus, laminaat en vloerbedekking voor de kamer van mijn zoon, een date (wie weet is het de prins op het witte paard en nee, niet Sinterklaas) en vanavond nog een tas met heerlijk brood vertellen me gelukkig ook een ander verhaal. Een mooi verhaal. Een soort SinterMaartenKerstmedley. Het betere Regeerakkoord, zeg maar.

Op Schier. Mijn hond jaagt de fazanten op, ik klim op een duin en tel de vallende sterren. Ik wens dezelfde wensen als altijd. De tweede dag van mijn verblijf wil ik vogels gaan kijken, maar het is mistig. Zo mistig dat blijkt dat ik voor niets het zware statief heb meegebracht, na jaren dat ik het wel mee wílde nemen, maar steeds vergat. Tja. Koffie dan maar. En terwijl de mist overgaat in de schemering moet ik alweer terug naar de boot, naar de vaste wal. Dag Schier.


zondag 11 november 2012

Markt

Al enige tijd is zo halverwege de maand mijn geld op. Dat schrijf ik zonder veel schroom. Alle vaste lasten heb ik goed in beeld, luxe zaken als een krantenabonnement heb ik opgezegd en nieuwe schoenen heb ik al een tijdje niet meer gekocht. Natuurlijk had ik de afgelopen jaren niet mijn dagen moeten inleveren die ik wel heb ingeleverd. Om gezond te blijven kon ik echter niet anders. Een dubieuze oplossing voor een werkgerelateerd probleem waarvan de oorzaak niet bij mij lag, maar bij de organisatie. Maar goed; ik heb die keuze gemaakt. Tot twee keer toe, waarvan de eerste keer zelfs op advies van de bedrijfsarts. Toen ik hierover naderhand nog eens met hem wilde overleggen, bleek hij overleden. Tja.

Ik had dus besloten: liever gezond en arm, dan iets minder arm en ziek en chagrijnig. Bovendien had ik een stoer excuus; dat ik namelijk wel even een eigen bedrijfje zou beginnen. En daar had ik natuurlijk die dagen voor nodig. Dat ik die dagen niet alleen aan mijn flitsend bedrijf besteedde, maar stiekem toch vaak nog voor school bezig was zullen veel parttimers in het onderwijs herkennen. Zo gaat dat gewoon. Niet goed.

Arm ben ik dus. Al ervaar ik dat niet zo, met een warm huis en genoeg kleding in de kast. Een hond die vrolijk kwispelt als ik thuiskom en een tv en pc die het (nog) doen. Oké, de oven in de keuken heeft nog één glasplaat in de deur en het is zwaar onverantwoord dat ik hem zo gebruik. De voorruit van mijn auto heeft een flinke barst, maar de monteur verzekerde me gisteren dat ie zo écht nog wel door de APK komt (maar ik moet wel mijn verzekering aanpassen, om 'm straks vergoed te krijgen als ie wél barst). En mijn zoon heeft geen vloerbedekking meer in zijn kamer sinds de gesprongen waterleiding afgelopen februari. Dat ziet er best armoedig uit, zeker nu de katten de ondervloer kapot hebben gekrabd.

Geïnspireerd door het boek 'De nieuwe arme' van Sascha Meyer en het artikel van Sacha Hilhorst 'Kokkerellen met vuilnisbakrecepten' op Spunk.nl trok ik vorige week met een vriendin en haar zoon de stad in. Ik ben namelijk niet de enige die tegenwoordig eerst lege flessen moet inleveren zodat ik van het statiegeld een brood kan kopen. Geen geld hebben maakt naast wanhopig ook creatief, dapper en brutaal. Vragen kost niets; 'nee' heb je, 'ja' kun je krijgen. We gingen aan het eind van de middag, vlak voor de sluitingstijd van de markt. We wilden met eigen ogen zien of er veel bruikbaars over zou blijven na een zaterdagmarkt. Wat zou daarmee gebeuren? Zouden er meer mensen zijn die speciaal daarvoor naar de markt zouden komen? Het was een onderzoek hielden we onszelf voor. Een proef. In Schaamte Overwinnen. En het bleek heel moeilijk. We waren namelijk helemaal niet dapper en brutaal.

Wat een klein beetje hielp was dat een vriend van mij marktkoopman is. We gingen eerst naar hem. Hij vertelde dat we beslist niet de enigen zouden zijn, dat het onzin was dat we ons schaamden; het was toch zonde dat er eten weggegooid werd? Ja ja ja, zeiden we niet overtuigd. We liepen wel vijf keer de markt op en neer. Ik bedacht me dat ik mijn gouden oorbellen in had; stond dat niet raar? Een 'nieuwe arme', met gouden oorbellen, een leuk rokje en Shabbies laarzen. Graaiend in de afvalkratten op de markt. Hum. Het zoontje van mijn vriendin vond ons stom. Hij vond het speuren naar goede vruchten en groenten leuk! Zonder enige schroom dook hij onder de wagens om paprika's te pakken. Mijn vriendin zei hem ze terug te leggen op de kar: 'Die zijn er vast afgevallen'. Zo stuntelden we wat rond. We zagen anderen veel sneller reageren als er tijdens het opruimen kratten aan de kant werden gezet. Want er waren dus anderen. Soortgenoten. Studenten, buitenlanders, mensen die niet in een hokje te stoppen waren. Onze Vrienden. En onze Vijanden. Sommigen verdeelden na afloop eerlijk de buit, zodat niet de één alle komkommers had. Anderen mopperden: 'Zag je die vrouw met die fiets, ze pakte alle tomaten, onbeschoft!' Een harde wereld. Mijn nieuwe wereld.

We raakten aan de klets met een andere marktkoopman. Ook hij vond, net als mijn vriend, dat we niet zo moeilijk moesten doen. Het waren toch zware tijden? We hadden vorige week moeten komen, toen had hij een hele kist meloenen. En de volgende keer moesten we ons even wat eerder komen melden, dan kon hij alvast wat voor ons aan de kant leggen. Langzaam begon ik het te begrijpen. Het is geen broodroof, het gaat om onverkoopbare waar, spullen die niet bewaard kunnen worden, overrijp zijn, weggegooid worden. Toch was het moeilijk. En verwarrend. En zo leerzaam! Mijn conclusie: ik gun de marktmensen hun inkomen en ik wil hen graag betalen. Het gaat alleen niet om gunnen, maar om kunnen. En ik kan het niet. Nu (even) niet.

Wil je geen andere baan dan? wordt me regelmatig gevraagd, al dan niet op licht verwijtende toon. En ik mompel dan vaak maar wat. Echt mijn best om iets te zoeken doe ik (nog) niet. Mijn ervaringen als werknemer hebben een flinke deuk in mijn vertrouwen in de voordelen van een 'vaste baan' geslagen. Ik geloof wel dat er goede werkgevers bestaan. Vast wel. Ik ben ze alleen nog niet tegengekomen en ik weet ook niet of ik ze gelijk zal herkennen en opnieuw zal kunnen vertrouwen.

Voorlopig, want ik ben nog steeds niet écht ontslagen, moet ik het nog even zo zien vol te houden. Af en toe naar de markt voor gratis groente en fruit van die aardige marktkoopman, een eigen moestuintje aanleggen en wie weet; spreek ik de baas van de lokale supermarkt ook nog eens aan, als ik durf...

...kan ik gelijk die plastic tasjes van de groenteafdeling meenemen; die zijn superhandig tijdens het struinen op de markt.

Wind

Afgelopen vrijdag werd tijdens de landelijke Freinet studiedag het eerste exemplaar van Levenstechnieken verwerven overhandigd aan André de Hamer van de Duurzame PABO. 'Levenstechnieken verwerven' is de nieuwste aanwinst van de Freinetbibliotheek en een vertaling van Essai de psychologie sensible I, door Célestin Freinet geschreven in 1968.

Tot zover even de feiten.
Waar ging het vrijdag 9 november 2012 om. Het thema van de studiedag was Freinet Natuurlijk. Ecologische pedagogiek. Freinetonderwijs is van nature natuurlijk leren. Maar het betekent natuurlijk niet dat leren vanzelf gaat. En ook niet dat het leren per se in de natuur moet plaatsvinden. Als bestuurslid van de Freinetbeweging mocht ik een openingspraatje houden. En ik vond het aardig om daarin Claire Warden te noemen, oprichtster van Nature Kindergardens in Schotland. Ik heb haar onlangs horen spreken tijdens een conferentie van Kind van Nature. Zij promoot het buitenspelen over de hele wereld, ondanks het feit dat het gemiddeld slechts zo'n twee dagen per jaar 'goed buitenspeelweer' is in Schotland. Buiten is zoveel te beleven, gaat het leren zó natuurlijk. Maar je moet het wel zien. En dus las ik ook een fragment voor uit Op slot, van Bernlef. Over een kunstenaar die zijn vriend op zijn buik in het gras liet liggen waardoor de grassprieten ineens een oerbos leken. Geweldig! Wat een verandering van standpunt teweeg kan brengen.

Kijken dus. En gewoon naar buiten gaan. Ook als het regent. Maar de opbrengsten dan?
In mijn workshop die ik tijdens de studiedag gaf, over de aanleg van een schooltuin, hoefden we het daar eigenlijk nauwelijks over te hebben. Scholen zouden (bijna) hun hele natuuronderwijs kunnen ophangen aan het werken in een schooltuin. Wat zeg ik? Alleen natuuronderwijs? Nee! Ook schrijven, taal, rekenen, economie, burgerschapsvorming, beeldende vakken en zelfs muziek kunnen moeiteloos aan het werken in de tuin gekoppeld worden. Het leren van het leven (levenstechnieken) is niet een fragmentarisch gebeuren, toetsbaar en afvinkbaar. Het is een complex proces, waarbij de wederkerige relatie met het onderwerp en de omgeving enorm belangrijk is en waarbij per kind het leerrendement zal en mag verschillen.

Gelukkig zijn veel onderwijsmensen zich hiervan bewust. Ze zoeken, vinden en inspireren elkaar. Dat geeft moed! De 'oude' onderwijsvernieuwers inspireren mij nog steeds enorm, maar ook nieuwe initiatieven en geluiden zijn hoopvol te noemen. Er waait naast de Cito en Squla wind ook een andere wind door Nederland (OERRRcampagne, Edushock, Hetkind.org) en ik hoop dat die laatste nog flink in kracht zal toenemen. Helaas moet ik de schoolbesturen nog tegenkomen die hun schoolteams scholing aanbieden over hoe je een schooltuin opzet. En is een workshop of training slechts verkoopbaar als er kreten aanhangen als 'metacognitie', 'leergebiedoverstijgend' en 'meervoudige intelligentie'. Iets minder 'pedagogiseren' zou van mij wel mogen. Iets meer 'voeten in de klei', nee, géén hakken in het zand. Het hoofd in de wind, ons hart als kompas!


...mee met de wind...

De wolk aan de hemel
gaat mee met de wind
De vogel in de lucht
neemt een eigen koers

Willem Hussem

Michelle Obama tuiniert met schoolkinderen in de tuin van het Witte Huis



vrijdag 2 november 2012

Lieve Jet,

Al bijna een week weet ik dat jij de nieuwe minister van onderwijs wordt. Gefeliciteerd!
Ik heb me deze week vaak afgevraagd wat ik zou doen als ik die baan zou hebben gekregen. Niet dat ik heb gesolliciteerd hoor, maar ik ben wel op zoek naar iets nieuws. Ik had een mooie baan (als juf) en werd om mijn werk en inzet zeer gewaardeerd, door de kinderen, hun ouders en collega's. Maar ik had ook een 'duurzaam aanwezig verschil van inzicht daar waar het gaat om de visie op het onderwijs en de inrichting daarvan'. Daar schrijf ik nog eens een boek over. Maar goed.

Dus vroeg ik me af. Wat zou ik als minister doen met mensen die een visie hebben, een hart voor kinderen, de wil en de drang om te leren, elke dag weer, ook buiten de schooltijden. Mensen die boven het maaiveld uitsteken, kwaliteiten hebben waar anderen jaloers op zijn. Mensen die meer ruimte nodig hebben dan anderen, omdat ze super creatief zijn en het graag op hun manier willen doen en dat ook prima kunnen, omdat ze heel goed in staat zijn de verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen ontwikkeling en die van de kinderen waarmee ze werken. Mensen die hun eigen scholing regelen, daar autonoom in willen en kunnen handelen. Mensen die geloven in de kracht van de wederkerige relatie als voorwaarde voor leren.Voor wie participatie werkelijk waarde heeft en geen inhoudsloze belofte is om ouders tevreden te houden. Wat zou ik doen met al die mensen aan de top die mooi praten, dik verdienen, soms lekker graaien zelfs, terwijl het armoe troef is op de werkvloer (weet je wel hoe vies het in de meeste scholen is?). Met mensen die het hebben over 'onderwijs op maat', maar voor eigen personeel geen menselijke maat weten te treffen. Mensen die het hebben over 'ieder kind uniek' en eigen personeel en scholen als eenheidsworst zien. Inwisselbaar en dus efficiënt, want het gaat natuurlijk om geld. Het is crisis, duh!

Daar moet jij, Jet, je dus voornamelijk mee bezig gaan houden. Geld. Beetje nivelleren hier en daar misschien, zou dat wat zijn? Als het in de zorg kan... het mag van mij hoor. Sterker nog; ik zou het gewoon doen. En verder: ruimte geven! Aan kinderen, om zichzelf te ontwikkelen, al hun talenten te ontplooien (niet alleen rekenen en taal). Aan leerkrachten, om naar eigen inzicht en visie vorm te geven aan hun onderwijs. Aan directeuren, om de voorwaarden te kunnen scheppen voor leerkrachten om hun werk te kunnen doen. En schoolbesturen? Ik gaf mijn PABO directeur toen ik afstudeerde in 1994 een Loesje tekst: 'minder blaten, meer wol'. Ik bedoelde er toen zoveel mee als; 'niet lullen, maar poetsen', meer inhoud zeg maar. Mag ik dat ook tegen jou zeggen? Hecht niet teveel waarde aan mooie woorden van mannen in strakke pakken, maar waardeer 'the good practice'. Wil je nog meer adviezen? Mail, tweet of bel me maar. Ik zit toch maar wat thuis momenteel.

Hartelijke en warme groet,

Heleen

vrijdag 12 oktober 2012

Er was eens... (2)

Er was eens een juf. Dat was een mens, gewoon net als jij en ik. Met gevoel enzo. Soms was ze boos, bijvoorbeeld en vooral op zichzelf, en soms was ze vrolijk, omdat het bijvoorbeeld een Topdag was. Het was best vaak een topdag. Dan had ze in het dagboek op school geschreven dat het 'een leuke dag' was geweest. Want er was veel gedaan, gespeeld, geleerd. De kinderen hadden het goed gehad met zichzelf en met elkaar. Zij dicteerden haar: 'het was een leuke dag'.

Maar nu was het voor het zoveelste jaar op rij onduidelijk wie er na de zomer haar collega's zouden zijn. Dat maakte haar boos. Boos op de wereld en boos op zichzelf. Was het zo simpel als de bedrijfsarts zei: 'stap er maar uit'? Nee, natuurlijk niet. Ze was verknocht aan het schooltje, zag de potentie ervan, het USP (Unique Selling Point). Klein, maar fijn. Mits.... de voorwaarden in orde waren. En daar wrong de schoen. Collega's behoorden immers tot de voorwaarden. En collega's zijn ook mensen. Met gevoel enzo. Het is heel modern, professioneel en flexibel om mobiel te zijn en op iedere school te kunnen werken, maar de meeste mensen willen en kunnen dat helemaal niet. De juf wist dat, want dat had ze gezien. Al die overplaatsingen. Het kon mensen onzeker of onverschillig maken, had ze gezien. Of boos. En ook als het goed ging, kostte het tijd. Tijd om te wennen, tijd om te hechten. Zij was gehecht, misschien wel ietsje té. Zij had de kinderen en haar collega's in haar hart gesloten en was ervan overtuigd geweest dat dat goed was. Zeker na het verhaal van meester Kanamori. En nu moest zij eruit? Omdat er niet aan de voorwaarden voldaan kon worden? Omdat zij haar zorgen daarover had uitgesproken? Omdat haar aanwezigheid schadelijk zou zijn voor de instelling?

De boosheid had ook een plekje in haar hart veroverd en zat daar koppig in een hoekje. Af en toe deelde de boosheid steken onder water uit en trapte de juf op haar ziel. Dan verkrampte haar rug en knalden de tranen uit haar hoofd. Dan keek ze naar het kunstwerk aan de muur met daarop de tekst: 'spreken is zilver, schrijven is goud'. Een cadeautje van een bevriende Freinetwerker. Om de boosheid in haar hart een lesje te leren besloot de juf te schrijven. Te schrijven, tot alles beschreven zou zijn en daarmee alles gezegd.

zaterdag 6 oktober 2012

Er was eens... (1)

Er was eens een schooltje, in het lief landelijk groen. De paarden van de buren hingen met hun hoofd over het hek rond het schoolplein. Spechten roffelden in de populieren en de uilskuikens keken nieuwsgierig vanuit de boom naar de spelende kinderen onder zich. Die knikkerden, voetbalden of werkten in hun moestuintje. Onder het afdakje bij de fietsen stonden de leerkrachten.

De meesters en juffen van het schooltje maakten zich zorgen. Eigenlijk al sinds ze op het schooltje waren komen werken. De één nog maar sinds kort, de ander al wat langer. Het schooltje had een lange geschiedenis van gerommel en gedoe. Gedoe met directeuren en gerommel met personeel. Er was veel verloop geweest, gedwongen overplaatsingen, ontslag én er was de laatste jaren steeds minder formatie beschikbaar gesteld waardoor het werk gedaan moest worden door steeds minder mensen. Dit werd 'flexibele schoolorganisatie' genoemd. En dat was niet alles; er was ook nog De Visie.

Het schooltje wilde graag de kinderen zien, écht zien. Niet zoals de retoriek van het tekstbureau dat de schoolgidsteksten schreef met kreten als 'het kind centraal'. Maar de kinderen zien, inclusief de niet in Citoscores vast te leggen angsten, verlangens, wensen en mogelijkheden van de kinderen. De kinderen die 's morgens met het thuis nog onder hun arm de school binnen stapten. Het schooltje wilde met deze kinderen werken, met hun ouders, met hun wereld. Maar zo eenvoudig was het niet. Er moesten prioriteiten gesteld worden. Want dat werken met kinderen en hun verhalen was wel leuk en leverde wel mooie leermomenten op, maar eerst moesten de achterstanden weggewerkt worden. De opbrengsten omhoog. Hogere doelen, ambitie weet je wel. Een gemotiveerd team was er nodig. Een impliciete boodschap dat de huidige juffen en meesters niet de juiste instelling hadden. Langzaam werd duidelijk dat op één juf na al het personeel gewieberd zou worden. De juf zag het niet meer zitten, want ze had dit eerder meegemaakt. Ze werd op professionele wijze begrepen, maar kreeg geen antwoord op haar vraag 'hoe nu verder?'

Het was stil onder het afdak bij de fietsen. Alles was al tienduizend keer gezegd, de leerkrachten waren uitgepraat. Wat moesten ze nog zeggen? Ze keken naar de kinderen. Ze kenden ze zo goed, alle eigenaardigheden. De nukken, de grillen. De verrassende verzinsels, de verdrietjes. Spontane schoolpleinfeestjes. 'Juf wil je taart?'. Maar daar had juf geen tijd meer voor; de pauze was eigenlijk al lang voorbij... nog langer buiten blijven zou ten koste gaan van de efficiënte leertijd.

vrijdag 28 september 2012

Leren we hier wel wat?

Leren we hier wel wat? Vraagt één van de studenten me. Want ja; we hebben hier geen boeken, geen schriften, geen huiswerk. We gamen alleen maar wat. We doen eigenlijk niets. Hier is de Buitenplaats, sociocratische school. Open gegaan in de eerste week van september. Particuliere school, draaiend op vrijwilligers.

De eerste week hebben we elkaar leren kennen, hebben we elkaar verhalen verteld over hoe erg het was op vorige scholen, hoe verdrietig en boos we waren. Wat we écht niet kunnen, maar ook wat we wel fijn vinden om te doen. We zoeken, tasten af, proberen, vallen en staan weer op.

Er zijn aanvaringen, met elkaar en met onszelf. Want je vervelen; is dat wel oké? En wat moet je als je niet in je eentje wilt zijn, maar het toch bent. En dan zijn we een beetje gewend en komt er een nieuwe student, want zo noemen we de leerlingen hier. Het proces begint opnieuw. Soms gebeuren er dingen die slechte herinneringen naar boven brengen en dan is er angst. Zal het dan toch opnieuw ook op deze school fout gaan? Voor ons begeleiders geldt dit allemaal net zo. Ook wij worstelen en twijfelen. Moeten ons ontdoen van oude patronen en vastgeroeste ideeën over wat een school is.

En dan lopen we. Om het dorp te verkennen, het speelbos te zoeken (en niet te vinden, in eerste instantie), de koeien te zien, het hertenmannetje te bekijken, de hond uit te laten. En dan praten we weer. En we vinden een dode mol met maden (wat doen die daar?), we verbazen ons over de hond van boer Thom die een andere weg kiest, maar toch steeds bij ons blijft. Krijgen een kletspoot, ontdekken heel kleine beestjes in het hooi, die we onder de microscoop bekijken. Op een nog narokend bergje as op de vuurplaats achter de boerderij maken we opnieuw vuur om een experiment te doen; water koken in een papieren bakje. Het lukt, bijna.

Wat ook lukt, en steeds beter gaat, zijn de schoolkringen; wat een ontdekking dat we alleen besluiten nemen waarmee iedereen kan instemmen. Er wordt net zolang gesleuteld aan de besluiten tot we allemaal geen bezwaren meer hebben. Ook de aanname van nieuwe studenten en personeel zullen we op deze wijze gaan vormgeven. De studenten die er nu zijn, kunnen het bijna niet geloven. Hun mening telt écht mee en is zwaarwegend zelfs, mits ze de argumenten goed kunnen verwoorden. En dat is oefenen. Erg bijzonder. En zeer leerzaam.Volgens mij dan.



woensdag 19 september 2012

Geluk

Vorige week had ik het geluk naar twee bijzondere mensen te mogen luisteren. Meester Kanamori uit Japan en Claire Warden uit Schotland. Heel enthousiast en vol humor vertelden zij over wat zij belangrijk vinden voor de ontwikkeling van kinderen en de omgang met volwassenen. In mijn notitieboekje schreef ik kreten als:

'alles draait om de relatie'
'er is altijd nog wel een plekje in je hart voor iemand erbij'
'als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig'

en ook:

'het spelen is teveel gepedagogiseerd'
'een kind springt echt niet in een regenplas om zijn/haar motoriek te oefenen'
'volwassenen die delen in de verwondering van kinderen maken de ontdekkingen waardevol'

Gelijkgestemden ontmoette ik. Heerlijk. Vaak moest ik tijdens de lezingen denken aan de Kanamori's in Den Horn, of de prachtige Claire Warden taferelen rond de Toermalijn. Zo jammer dat het schooltje er niet meer is. Want dat is gelijk ook het grootste nadeel van werken met kinderen à la Kanamori. Het hartzeer dat ik voel nu ik niet meer kan werken met al die kinderen die nog steeds in mijn hart wonen. Tamelijk hartverscheurend. De ouders probeerden me vorig jaar te troosten met een prachtige quote van dr. Seuss: 'huil niet omdat het voorbij is, maar lach omdat het gebeurd is'. En dan prijs ik me gelukkig dat ik hun juf mocht zijn.

maandag 10 september 2012

Spijbelen van de wereld

Het is 3 minuten voor 3, op maandag 10 september 2012. Mijn eerste blog. Wat onwennig, aarzelend en zenuwachtig ben ik. Precies het gevoel waarmee ik al enkele maanden opsta en ook weer naar bed ga. Ik heb last van onzekerheid, verwarring en twijfels. Ik vlucht in fietsen, hardlopen, piano en gitaar spelen, schilderen en nu bloggen. De paar opdrachten die ik had, probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat te volbrengen. En verder is het zoeken. Onder ogen zien. Proberen. Vallen en weer opstaan. Orde proberen te scheppen in de chaos. In mijn huis, waar dat met 2 pubers, een hond en 3 katten, niet makkelijk is en in mijn hoofd. Dat laatste is het lastigst. Vandaar dit blog.

Vorige week ben ik een paar dagen in Drogeham geweest. Ook daar twijfels. Kan ik dit wel? Moet ik niet wat? Wat als de kinderen die hier komen, getraumatiseerd en beschadigd, het hier niet vinden? Wat dan?

Ik was dit weekend op Schier. Daar voelde ik zo duidelijk dat ik rust nodig heb. Bij thuiskomst constateerde ik dat mijn agenda vol staat. Met deels erg leuke dingen hoor; wie wil er nou niet naar Kanamori? Of naar een conferentie van Kind van Nature. Maar rust. Niets doen. 's Ochtends het gevoel hebben dat alles nog mogelijk is, de dag open en blanco voor je ligt. Boven mijn computer hangt een oude column van Pieter Hilhorst. De titel is 'spijbelen van de wereld' en gaat over mensen die dit extreem ver doorvoeren. Het betere 'nu even niet', zeg maar. Hoewel ik de neiging van struisvogels ken, wil ik niet langer vluchten. Ik ga de was ophangen.